De Arabische Taal

Nu snap ik waarom veel buitenlanders zo beroerd Nederlands praten. De Arabische taal heeft een geheel andere logica of zoals ik zelf liever zeg: totaal geen logica. Ik wil al heel lang Arabisch kunnen spreken om verschillende redenen. Als klein meisje ben ik er al eens mee begonnen, in de puberteit probeerde ik het opnieuw en als volwassen vrouw schreef ik mij in voor een officiële cursus. Wegens een te kort aan inschrijvingen kon de cursus echter niet doorgaan. Uiteraard liet ik mij daardoor niet uit het veld slaan. Want deze keer ben ik vastberaden om niet op te geven totdat ik het kan. Met het lesmateriaal in huis, een wekelijkse vrije avond en een bijbehorende app worstel ik mij door de hoofdstukken heen. Inmiddels ken in het volledige alfabet, een hele hoop woorden en nog veel meer regels.
– De Arabieren kennen geen werkwoordsvervoegingen. Als voorbeeld neem ik de zin: ‘howa min ayn?’ Met de letterlijke vertaling: hij van waar? Oftewel: waar komt hij vandaan?
– De Arabieren gebruiken niet of nauwelijks lidwoorden. Als voorbeeld: ‘beiyt qadiem.’ Met de letterlijke vertaling: huis oud. Oftewel: het oude huis.
– Tegen een vrouw spreek je de woorden anders uit dan wanneer je het zegt tegen een man. ‘Mienfadliek’ voor als je het hebt tegen een vrouw en ‘mienfadlak’ tegen een man. Beide woorden betekenen exact hetzelfde, namelijk: alsjeblieft.
– In de Arabische taal bestaat er een zij (meervoud) voor zowel een mannelijke groep als voor een vrouwelijke groep. Waar wij zeggen: zij zijn Japans, zeggen de arabieren ‘hoem jepenieoen’ en ‘hoena jepeniejet’. Oftewel ‘zij (mannelijk) Japans’ en ‘zij (vrouwelijk) Japans’.
– Door een gebrek aan klanken kan ik mijn naam niet uitspreken in het Arabisch. Ik kan zeggen: ‘ana Marjoelien’ (ik Marjoelien) of ‘ismi Marjoelien’ (mijn naam Marjoelien), maar geen Marjolein.
– Het leren van landen ging mij in eerste instantie goed af. ‘Assaudia’ Saoedi-Arabië. ‘Ingelterra’ Engeland. ‘Feransa’ Frankrijk. ‘Ellaieraq’ Irak. Toen kwam het woord ‘bortoekhal’ ik dacht natuurlijk dat moet Portugal zijn en wat denk je? Het betekent sinaasappels.
Dit is slechts een greep uit de Arabische logica en dan heb ik het nog niet eens over het schrift. Iedereen weet dat het Arabisch bestaat uit vreemde tekens en dat je van rechts naar links dient te schrijven. Maar wist je ook dat iedere letter uit alfabet op minstens drie verschillende manieren geschreven wordt? Minstens, want het kan ook op vier manieren. Het is echt om gek van te woorden. Ik ben nog niet eens op de helft van het lesmateriaal en ik vrees voor wat er gaat komen. Waarschijnlijk denken zij er net zo over, zij die begonnen zijn met de Arabische taal.

Advertisements

Met Jou Wel

Met jou wil ik reizen in de trein.
Met jou wil ik ver vooruit plannen.
Met jou wil ik op vakantie.
Met jou wil ik toetjes eten.
Met jou wil ik naar vrienden en familie.
Met jou wil ik Netflixen.
Met jou wil ik koken.
Met jou wil ik sporten.
Met jou wil ik een lang stuk fietsen.
Met jou wil ik de Formule 1 volgen.
Met jou wil ik bergen beklimmen.
Met jou wil ik het nieuws horen.
Met jou wil ik motorrijden.
Met jou wil ik angsten trotseren.
Met jou wil ik op de bank hangen.
Met jou wil ik feestjes vieren.
Met jou wil ik televisie kijken.
Met jou wil ik in bed blijven liggen.
Met jou wil ik dansen.
Met jou wil ik leren masseren.
Met jou wil ik op avontuur.
Met jou wil ik elke dag knuffelen.
Met jou wil ik boodschappen doen.
Met jou wil ik samenwonen.
Met jou wel.

Voorgoed Verdwenen

Mijn tweede moeder mag ik haar niet noemen. Nepmoeder vindt zij beter klinken. Inmiddels is het verbasterd naar tante. Wanneer mijn echte moeder geen tijd voor mij heeft, ga ik naar haar. En wanneer ik iets niet mag van mijn eigen moeder, mag ik het van haar. Vandaar de gaatjes in mijn oren, de babyblauwe Spice Girls schoenen met zo’n bizar hoge, witte zool en een kaartje van het Usher concert in Ahoy.

Vroeger ging ik ook met haar mee naar de camping en leerde ik daar om niet eerder op te staan dan negen uur of anders heel stil te zijn en alvast koffie te zetten. Haar typische gevoel voor humor ben ik pas jaren later gaan waarderen. Zo zong ze bijvoorbeeld “Hij verscheurde je foto…” toen mijn kalverliefde na het geven van een roos voorgoed vertrok. Zo mocht ik alleen thuiskomen met iemand die honderd kamelen en twee ezeltjes voor mij overhad. En zo zei ze een keer “Ik begrijp er niets van. Ik heb weet ik wel hoeveel niet aan schoonmaakproducten in huis. Het staat hier allemaal in de kast, maar kijk… Mijn huis is nog steeds niet schoon.”

Wanneer zij serieus is, begrijp ik het wel direct. Zo demonstreerde zij een keer dat alles mogelijk is zolang je zelf maar het heft in eigen handen neemt. Tijdens een of ander feest op de basisschool kon je meedoen aan een bingo. Mijn broers en ik wonnen echter nooit iets en daar bracht de schoolbingo geen verandering in. Totdat mijn tante besloot om ALLE lootjes te kopen en daarmee automatisch alles dat op de lange tafel stond uitgestald mee naar huis mocht nemen. Niets is voor haar te gek. Ze is altijd in voor een geintje. En wat er ook aan de hand is, volgens haar valt het allemaal reuze mee en komt het hoe dan ook toch wel weer goed. Als klein meisje wist ze mij daarmee altijd te troosten. In mijn hoofd hoor ik nog steeds haar meelevende stem “Ach Marjoleintje” zeggen. En nu als volwassen vrouw heb ik heel veel bewondering voor haar. Zo sterk als zij is, zie je maar zelden.

Uit het niets hoor ik dat ze euthanasie krijgt. Over drie dagen is het gedaan. Ze wil mij niet zien of spreken. Via via hoor ik “het is goed zo.” Hoe dan? Hoe kan dit goed zijn? Hoe kan het dat zij, uitgerekend zij, om euthanasie vraagt? Iedere keer als ik haar zie lacht ze dat het goed gaat. Alles valt altijd maar mee. Zij mag geen euthanasie krijgen! Dat kan niet! “Ach Marjoleintje” klinkt het weer in mijn hoofd. Verdomme! Waarom? Om de tranen te bedwingen besluit ik dat het niet waar is en probeer ik er niet meer over na te denken. Ik sta machteloos.

Een paar dagen later zie ik de kist, hij is dicht. De foto ervoor, de kerstboom erop en alle familieleden eromheen bewijzen dat zij er echt in ligt. Haar volledige naam wordt uitgesproken, de korte afscheidsdienst begint. Hoewel er relatief weinig mensen aanwezig zijn, vloeien de tranen rijkelijk. In een door haar gekozen gedicht en lied vraagt zij ons om niet te treuren. Ze is nu weer wie zij oorspronkelijk was. En ook al is dat goed bedoelt, het kan ons niet troosten. Maar dan volgt haar laatste troef, want bij het horen van de eerste noten van ‘Oh, Oh Den Haag’ kan niemand zijn lach onderdrukken. En al lach ik tussen de tranen door, het blijft een kutstreek. Nu heb ik alleen nog maar herinneringen, want jij bent voorgoed verdwenen.

Het Elektrische Werk

Steeds meer vrienden van mij delen het enthousiasme over elektrisch tandenpoetsen. Bij ieder weerzien krijg ik de vraag: “Poets jij al elektrisch?” te horen. En daarmee bedoelen zij niet dat ik uit mijn mond stink of smerige tanden heb, maar het wordt keer op keer gevraagd omdat het schijnbaar echt geweldig is. Heel lang heb ik gedacht: doe maar normaal, want dan doe je al gek genoeg en hou nou eens op over je tandenborstel. Tot het moment dat mijn nieuwsgierigheid sterker was dan mijn principe. Ik ging op zoek naar een eigen exemplaar. Daarbij zakte de moed alleen snel weer in mijn schoenen, want je kunt die dingen echt werkelijk overal kopen en de prijs varieert tussen de 11 en ruim 300 euro. Zo kan ik toch geen keuze maken! “Het maakt niet uit welke je koopt. Ze zijn allemaal goed,” zei M. “Ik heb er één die een seintje geeft als ik te hard poets, want dat schijn ik te doen volgens de tandarts,” zei X. “Als jij daar geen last van heb, zou ik gewoon gaan voor eentje van Oral B,” zei S. “Ik heb een hele dure met allemaal opties maar ik gebruik er verder niets van. Dus koop deze maar, die is nu in de aanbieding en slechts 20 euro,” zei R. Zo gezegd, zo gedaan. En als je denkt dat je dan meteen kunt beginnen met poetsen heb je het mis. Je moet hem namelijk eerst opladen. Wanneer het moment eindelijk daar is, weet je niet wat je overkomt. Het draait en trilt en piept en je speeksel stroomt over je kin. Iedere 30 seconden krijg je een seintje en na twee minuten houdt dat seintje langer vast om aan te geven dat het erop zit. Normaal gesproken was ik allang klaar met poetsen dus blijkbaar hield ik het nooit twee minuten vol. Ik heb echt opnieuw leren poetsen. Ik ga nu eerst langs de buitenkant van de onderkant, dan langs de buitenkant van de bovenkant, vervolgens langs de binnenkant van de onderkant en tot slot langs de binnenkant van de bovenkant. Wat mij betreft heel logisch, maar iedereen heeft hierin zijn eigen manier. Dan komt het spoelen. Normaliter neem ik drie keer een hap water waarmee ik heel snel en op verschillende manieren door mijn gebit klots. Maar na het poetsen met een elektrische tandenborstel hoef je dat maar één keer te doen. Op de borstel past namelijk minder tandpasta en daardoor schuimt de boel ook stukken minder en spoel je het sneller weg. Zodra je klaar bent met poetsen merk je direct het ‘tandarts frisse gevoel’ waar iedereen het over heeft. Maar naar mijn idee heb ik daarna geen schone adem. Doe ik iets verkeerd of hebben jullie dat ook? “Ik neem daarna een kauwgom,” zei R. “Ik poets ook mijn tong om dat te voorkomen,” zei X. “Je kunt ook meer tandpasta proberen,” zei S. Omdat deze aanbevelingen van mijn vrienden dan weer niet zo fantastisch zijn, poets ik nu ’s ochtends met de ouderwetse tandenborstel en ’s avonds met de elektrische. Hopelijk heb ik zo het beste van beide en is mijn tandarts straks net als ik, onder de indruk van het elektrische werk.

Weg Ermee

Onlangs heb ik het boek ‘Vaarwel Spullen’ van Fumio Sasaki gelezen en dat heeft de boel flink veranderd. Zoals de titel al doet vermoeden gaat het over “het gedag zeggen” tegen je persoonlijke eigendommen. Dat is zonder enige uitleg best een opgave. De schrijver begint dan ook met een ijzersterke analyse. Net als bij mij stond zijn huis vol met spullen vanwege twee redenen. De gedachten dat het je zowel een interessant als een gelukkig persoon maakt. Het tegendeel is echter waar. Sterker nog, het zorgt voor een hele hoop narigheid. Als voorbeeld neem ik mijn (voormalige) boekencollectie. Alle boeken in huis had ik gelezen en ik had niet de intentie om dat een tweede keer te doen. Toch hield ik ze en presenteerde ik ze op een opvallende plek. Alleen maar omdat ik dacht dat het mij een interessant persoon maakte. Maar wat was daadwerkelijk het effect van die boekencollectie? Ik had geld nodig om de boeken te kopen, ik had ruimte nodig om de boeken te bewaren, ik had de tijd en de energie nodig om de boeken af te stoffen en wanneer ik dat niet deed voelde ik mij nog slecht ook. Omdat de boekencollectie iedere maand uitbreidde, stond mijn huis op een gegeven moment vol met boeken in verschillende kleuren, maten en schreeuwende titels. Dat leidt behoorlijk af. Het hield mij ook tegen, want wie ben ik om zelf een boek te schrijven? Alles is al beschreven en vast nog beter ook. Waarom zou ik eraan beginnen? Door de enorme boekencollectie ging zelfs mijn droom verloren. En denk je dat er ooit iemand bij mij op visite is geweest die zei: “Goh, wat een interessant boek heb je hier. Wat is voor jou hieruit de belangrijkste les?” of “Dat klinkt als een bijzonder verhaal. Heeft het je ontroerend?” of “Dit heb ik nou altijd al willen weten! Kun je mij hier meer over vertellen?” Nee, natuurlijk niet! De mensen die bij mij over de vloer komen, kennen mij. Die weten dat ik een interessant persoon ben. Die kijken echt niet op of om van een gigantische boekencollectie. Die weten dat ik van lezen houd en een brede interesse heb. En precies wanneer je jezelf gaat afvragen ‘Waarom heb ik in hemelsnaam al deze boeken nog in huis?’ doet Fumio er nog een schepje bovenop in zijn analyse. Hij benoemt namelijk alle voordelen die het met zich meebrengt wanneer je ieder overbodig item wegdoet. Verbazingwekkend genoeg zijn er zelfs veel meer voordelen dan nadelen. Waarom leren wij dat niet? Op school, van je ouders of je vrienden? Minimalisme bestaat in de kunst al vanaf de jaren ’60 en nu sinds een jaar of zeven, acht past men het toe in het dagelijks leven. Het principe van ‘alleen het hoogstnoodzakelijke’ bestaat dus al heel lang en toch hoor je er nauwelijks iets over. Hoe kan dat? Het is bijzonder fascinerend. Ik durf bijvoorbeeld te wedden dat je meerdere scharen in huis hebt. Waarom heb je dat? Je hebt echt wel genoeg aan één schaar. Eigenlijk hoef je niet eens een schaar te bezitten. Zoiets kun je prima lenen van de buren. Ik heb niet alleen mijn boeken en scharen weggedaan. Ook heel veel bestek. Door kritisch te kijken naar al mijn spullen, kwam ik tot de ontdekking dat ik wel twaalf messen, vorken en lepels had in zowel een grote als kleine uitvoering. Wat dat uitmaakt? Nou, ik heb alleen een kleine eettafel en vier eetkamerstoelen. Een hele kleine keuken, geen vaatwasser en ik woon alleen. Dat wil dus zeggen dat als er ooit al eens vier mensen bij mij aan tafel zitten, ik direct daarna de afwas doe en dus never nooit TWEEËNZEVENTIG bestekstukken nodig heb. Als je op deze manier alles naloopt in je huis creëer je een open ruimte en heel wat gemoedsrust. Een ander bijkomend voordeel is dat je veel selectiever bent bij toekomstige uitgaven. En als ik door de extreme hoeveelheid aan reclame toch in de verleiding wordt gebracht om iets onzinnigs te kopen, dan zijn er twee specifieke gedachten uit het boek die mij helpen om dat niet te doen. Namelijk de gedachte dat winkels mijn persoonlijke pakhuizen zijn en de gedachte dat spullen ondankbare huisgenoten zijn. Want wanneer je alle winkels als jouw persoonlijke pakhuizen ziet, heb je alles al en hoef je niets meer te hebben. Het is er voor je wanneer je het echt nodig hebt en in de tussentijd hoef je er geen seconde over na te denken. En wanneer je toch iets koopt en het in huis zet, neemt het ruimte beslag. Ruimte waar jezelf voor betaald, waar jezelf voor moeten werken en wat jezelf moet onderhouden. Terwijl hetgeen dat je in huis plaatst totaal geen bijdrage levert aan de huur of huishoudelijke taken dus waarom zou je het überhaupt in huis nemen? Het boek staat vol met dit soort boeiende theorieën en handige tips om zelf aan de slag te gaan. Tijdens het lezen, de uitvoering en daarna heb ik mij smakelijk vermaakt. Ik kan daarom iedereen dit boek van harte aanbevelen. Koop het, leen het, huur het en daarna weg ermee!

Alles Of Niets

Pardoes heb ik niets meer om over te schrijven. Geen zorgen, geen frustraties, geen vragen, geen uitdagingen en ook geen verdriet. Het gaat goed met mij. Heel goed zelfs. En als het echt goed met je gaat dan heb je niet de behoefte om dat te delen. Niet op social media en ook niet door het eindeloos te herhalen aan iedere passant. Als het echt goed met je gaat dan leef je in een eigen bubbel waarin het gedrag en de meningen van anderen geen negatieve invloed op je hebben. Je bent je zonder te mediteren bewust dat dit, het hier en nu, het enige is dat telt. Ik heb daar jarenlang over gelezen, intens naar verlangd en altijd stilletjes in geloofd dat het mogelijk is om samen gelukkig te zijn. Het zat in mijn hoofd, het zat in mijn hart, alleen handelde ik daar nooit goed genoeg naar. Door kritisch te blijven kijken naar wat ik denk, voel, zeg en doe is het gelukt om mijn werkelijkheid te veranderen. En dat voelt waarachtig goed. De eeuwenoude clichés hierin zal ik achterwege laten, want als je daar niet eerst zelf in gelooft dan dienen die nergens toe. Als de huidige ik iets kon zeggen tegen de jongere ik dan zou het zijn: het is zoals het is en het gaat zoals het gaat. Hoe passief dat ook klinkt, het tegendeel is waar want je hebt alles in eigen hand. Zelfs over de dingen waar je geen invloed op hebt. Je kunt immers zelf kiezen hoe je reageert, iedere dag en ieder moment. Wat zit in je hoofd? Wat zit in je hart? Hoe ga je dat voor elkaar krijgen? En natuurlijk is dat lang niet alles wat ik te zeggen heb. Het is enkel een nieuwe les, een nieuw begin en verder niets.

Liever Alleen

Dat is de reden waarom ik nog vrijgezel ben. Ik ben liever alleen. Sterker nog: ik hou ervan om alleen te zijn. Zelfontplooiing en vrijheid hebben een gedeelde eerste plaats in mijn leven. Ik kan gaan en staan waar ik wil, wanneer ik maar wil en met wie ik maar wil. Ik hoef niets te overleggen, ik heb geen blok aan mijn been en ik heb ook geen bijkomende verplichtingen waar ik niet op zit te wachten. Al ruim acht jaar woon ik op mijzelf. Studentenhuizen heb ik aan mij voorbij laten gaan. Ik heb nooit mijn eigen huis willen delen. Mijn persoonlijke leefomgeving is ontzettend belangrijk voor mij. Het is een plek waarin ik volledig mijzelf kan zijn. Een plek waarin ik mij veilig voel en tot rust kan komen. Ik zit er niet op te wachten om in die plek iemand constant te moeten vermaken of de zooi achter diegene op te moeten ruimen. En ik zit er al helemaal niet op te wachten om alles met diegene samen te doen. Nu klinkt het net alsof ik heel negatief over samenwonen denk of er niet voor opensta. Het tegendeel is waar. Het lijkt mij juist super fijn om een relatie te hebben en samen te wonen, alleen in een andere vorm dan tot nu toe gangbaar wordt geacht. De lat ligt voor mij extreem hoog. Ik wil het alleen met iemand die net als ik de beste versie van zichzelf probeert te zijn. Mijn hoop is dat wij elkaar daarin als teamgenoten kunnen stimuleren. Iemand die net als ik open en oprecht is over wat hij wil en de ander daarin vrijlaat wanneer dat niet overeenkomt. Je hoeft niet dezelfde hobby’s of interesses te hebben (misschien liever niet zelfs), zolang je maar dezelfde normen en waarden hebt en de ander respecteert. Wees jezelf en wees daarin oprecht. In theorie klinkt dat zo simpel, in de praktijk is het teveel gevraagd. En dat heeft alles te maken met communicatie. Open en eerlijke communicatie is niet alleen essentieel in een relatie, maar in het hele leven. Ik snap echt niet waarom wij niet van kinds af aan al leren om op die manier met elkaar te communiceren. Wij maken het onszelf onnodig moeilijk en dat is spijtig. Inmiddels ben ik mij ervan bewust dat ik alleen verantwoordelijkheid voor mijzelf kan dragen. En daarom blijf ik iedere dag opnieuw aan mijzelf slijpen en schaven. Wie weet doet iemand op een dag hetzelfde naast mij. Tot die tijd ben ik toch echt liever alleen.