Buiten Spelen

Het zit mij dwars dat niets mij dwars zit. Het gaat goed met mij, iets te goed en daardoor stiekem helemaal niet goed. Ik heb niets meer te wensen en ook niet te vrezen. In andere woorden: ik heb geen enkele reden. Om op te staan of überhaupt iets te ondernemen. Het hoeft niet meer. Het hoeft echt niet meer. Ik hoef geen examen meer te doen. Ik hoef geen betere baan of hoger salaris. Ik hoef niet meer te daten. Ik hoef niet meer te dromen van een mooie woning. Ik hoef niet gezonder te leven. Het is goed zo. Ik heb altijd alles gedaan dat ik wilde doen. En de rest heb ik gekregen. Toch heb ik hoogstwaarschijnlijk nog heel lang te leven. Maar waarom? Daar hou ik mij liever niet mee bezig. Ik wil blijven genieten van het leven, zonder altijd maar iets te hoeven. Laat de rest maar hard werken en ergens naar streven. Ik ga lekker net als vroeger zorgeloos buiten spelen.

Leef

Van mijn tante heb ik onlangs het boek Ik zal leven gekregen. Het is een afschuwelijk, waargebeurd verhaal van een vrouw die door twee mannen wordt verkracht. De mannen steken vervolgens meer dan 35 keer met een mes op haar in en snijden haar keel door. Ze had dood moeten zijn, maar wonder boven wonder overleeft ze het. Alle gruwelijke details van voor, tijdens en na het incident komen aan bod en hoe verschrikkelijk het ook is, het heeft ook iets krachtigs. Ze inspireert je namelijk om ondanks alles vooral geen slachtoffer te zijn. Het verhaal begint op 18 december 1994, ik was toen vijf jaar. Godzijdank is mijn leven heel anders gelopen dan dat van haar, toch delen wij dezelfde visie. Hieronder citeer ik fragmenten uit het boek, al hadden het net zo goed mijn eigen woorden kunnen zijn.

“We hoeven niet allemaal op een levensveranderende ervaring te wachten voor we ons leven veranderen. We kunnen allemaal een begin maken door te proberen bewuster te zijn van de wereld om ons heen, van wat het leven te bieden heeft en wat andere mensen voor ons kunnen betekenen.

De mensen van wie we denken dat ze geluk hebben, werken er heel hard aan om dat geluk te bewerkstelligen. En dat bereik je niet moeiteloos. Er zullen al doende vele mislukkingen zijn, maar wij kunnen ervoor kiezen ons erdoor te laten verslaan, of we kunnen proberen naar de geleerde lessen te kijken en het opnieuw te proberen. We kunnen geluk creëren door persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen, door hard te werken aan het veranderen van oude gewoonten en houdingen.

Velen van ons dragen hun problemen veel langer met zich mee dan nodig is. Ze worden een intrinsiek deel van wie we zijn en we kunnen er op een perverse manier aan gehecht raken. Als dat gebeurt belasten we ons met dingen die niet nodig zijn. Het punt is dat wij allemaal af en toe een emotionele en mentale voorjaarsschoonmaak nodig hebben. Door te weigeren het onder ogen te zien en los te laten, hou je jezelf letterlijk tegen. Je kunt alleen jezelf de schuld geven. Doe iets met je probleem, in plaats van dat het jou iets doet.

Een positieve instelling is een houding die kan worden gecultiveerd, zelfs als de emotionele en mentale gemoedstoestanden dor en droog zijn. Op dezelfde manier dat we slechte gewoonten aanleren, kunnen we de goede aanleren. Het is een oefening in discipline, als je genoeg betrokken bent en eraan werkt, zal positivisme een deel van je karakter worden.”

Deze Is Van Mij!

Gewoon doen:
parttime met pensioen
Hoe ik als millennial voor mijn dertigste met pensioen ging en waarom jij dat ook kunt doen


Parttime ijscovrouw en parttime met pensioen. Veel vrolijke mensen, ijs en vrije tijd. Het lijkt een ideale combinatie, maar Marjolein laat je zien dat de meningen over vroeg met parttime pensioen gaan, erg uiteen lopen. In haar gepassioneerde en persoonlijke betoog, neemt ze de lezer mee op haar zoektocht naar de ideale werk-leef-verhouding. Deze reis brengt haar via Spanje weer terug naar het geliefde Nederland en naar de wereld van bewust parttime werken. Het is Marjoleins doel om meer jonge mensen aan te sporen tijdig voor parttime pensioen te kiezen. Want samen met pensioen is leuker dan alleen…

Omvang: A5
ISBN: 978-94-638-9767-9
Aantal pagina’s: 82
Prijs: € 16,99 inclusief btw en verzending naar Nederland en België

BESTEL HET BOEK HIER.

 

Groot Nieuws

Een bijzondere periode breekt aan, want uitgeverij Boekscout gaat mijn novelle uitgeven! Amber, Manager Manuscriptbeoordeling bij Boekscout vat mijn boek als volgt samen: “Parttime ijscovrouw en parttime met pensioen… Veel vrolijke mensen, ijs en vrije tijd. Het lijkt een ideale baan, maar Marjolein laat je zien dat de meningen over vroeg met parttime pensioen gaan, erg uiteen lopen. In haar gepassioneerde en persoonlijke betoog, neemt ze de lezer mee op haar zoektocht naar de ideale werk-leef-verhouding. Deze reis brengt haar via Spanje weer terug naar het geliefde Nederland en naar de wereld van bewust parttime werken. Haar visie deed mij sterk denken aan het gezegde dat vaker wordt uitgesproken dan nageleefd: ‘Je werkt om te leven, je leeft niet om te werken.’ Dat klinkt mooi, maar past niet binnen onze huidige norm van hard en fulltime werken, terwijl we tegelijkertijd óók leven in een tijd van ‘je hart en passie volgen’. Het is Marjoleins doel om de hypocrisie hiervan bloot te leggen en meer jonge mensen aan te sporen tijdig voor parttime pensioen te kiezen. Want samen met pensioen is leuker dan alleen…”

Ben je nieuwsgierig geworden naar mijn boek? Wil je als eerste weten wanneer het te koop is en zo samen met mij de lancering vieren? Geef je dan nu op door mij een mail te sturen waarin je toestemming geeft voor een eenmalige promotiemail. Zodra mijn boek beschikbaar is, zal Uitgeverij Boekscout de promotiemail sturen. Boekscout zal jouw mailadres voor geen enkel ander doeleinde gebruiken en ook niet aan derden verstrekken. Opgeven kan via: marjoleinseedrak [at] gmail.com, alvast onwijs bedankt! Ik waardeer je steun enorm 🙂

Nieuw Hoofdstuk

Daar zit ik dan in kleermakerszit in een leeg huis. Ik kan mij de bezichtiging nog goed herinneren. Ik liep door het pittoreske dorp en de lange charmante winkelstraat. Voor het huis zag ik Iris van Bos Makelaardij een jongen en zijn moeder een hand geven. De jongen had ook interesse in de studio en was mij net voor geweest. Ik volgde Iris de twee trappen op en stond perplex. De koepel in het dak zorgde voor een mooie lichtinval. De witte houten balken gaven het een warm gevoel. De keuken en de badkamer waren een stuk netter dan ik gewend was en er lag een prima vloer in die ik voor een klein bedrag kon overnemen. Omdat de muren ook nog eens strak wit gestuukt waren, hoefde ik er alleen nog maar mijn spullen in te zetten. Perfect! Iris vertelde me dat er vijf andere interesse hadden in de woning en dat zij hen de wettelijke bedenktijd heeft gegeven. Daarna pas ging ze de kandidaten voorleggen aan de eigenaren. Ik zorgde dat ze dezelfde middag alle benodigde papieren van mij had en ik vertelde dat ik van de wettelijke bedenktijd afzag. Ik wilde er zo snel als het kon in. Vier dagen later mocht ik de huurovereenkomst tekenen. Op het makelaarskantoor stelde Iris mij voor aan de eigenaren, die twee broers van elkaar bleken te zijn. Henk kwam heel serieus over, omdat hij vrijwel niets zei. Jan daarentegen was net een vriendelijke bezorgde vader, want als er iets was dan mocht ik hem altijd bellen. Alle drie tekenden wij de overeenkomst en zo werd de kleine woning aan de Laanstraat ook een beetje van mij. Nu, bijna vijf jaar later, neem ik afscheid. Ik heb al mijn spullen verkocht via Marktplaats. Binnen een week was ik alles kwijt. Maar zelfs zonder die spullen voelt het huis nog steeds van mij. Alle herinneringen en de daarbij behorende emoties passeren de revue. Elke lach, elke traan, elke overwinningsdans, elke slapeloze nacht, iedereen die over de vloer is geweest en elk gesprek… Wat heb ik hier toch ontzettend veel meegemaakt. En al wil ik veel daarvan achter mij laten, ik kan het nog niet helemaal loslaten. Deze keer ga ik namelijk niet zomaar verhuizen, ik ga samenwonen. En voor mij is dat een heel nieuw hoofdstuk. Ik maak mij geen zorgen dat het misgaat, want om eerlijk te zijn woon ik al een half jaar met hem samen. Maar de afgelopen zes maanden had ik wel altijd een plan B en zodra ik hier de deur dicht doe heb ik die niet meer. Dat maakt het niet spannend of moeilijk, maar juist extra speciaal. Ik haal diep adem en koester het moment. Nog één keer laat ik mijn ogen het huis rond gaan. In stilte bedank ik het huis voor alle mooie en leerzame momenten die daar hebben plaatsgevonden. Het is tijd om op te staan. Bij het omdraaien van de sleutel fluister ik: “Dag huis, het gaat ons beide goed.”

Geheime Kameraad

Per toeval ziet Eva dat Beun De Ronde een vacature heeft openstaan. Beun De Ronde, ze heeft de naam al lang niet meer gehoord, maar ze is het niet vergeten. Alles dat Arthur haar vertelde sloeg ze op in haar hart. Ze weet nog goed hoe blij ze was dat Arthur een nieuwe weg insloeg, want dat gaf haar hoop. Het is lang geleden dat de twee elkaar spraken en zagen. Hoe lang precies weet Eva niet meer, ze kan het zo opzoeken, maar ze doet het niet. Inmiddels weet Eva dat de hoop onterecht was. Als ze kennis gaat maken bij het bedrijf, ziet ze hem weer. Ze denkt aan zijn charmante glimlach en het moment dat hun ogen elkaar zullen kruisen. Ze kan de boel flink op stelten zetten. Eva is ervan overtuigd dat de hartstocht is verdwenen, maar van de kameraadschap is ze niet zo zeker. Ze hebben elkaar veel te vertellen. Eva zal lachen om zijn grappen en Arthur zal aandachtig naar haar luisteren. In gedachten ziet Eva hen vrolijke herinneringen ophalen en een ommetje maken. Het maakt niet uit hoe lang zij elkaar niet zien of spreken of hoeveel pijn ze elkaar hebben gedaan. Zodra het moment daar is, zal het zijn alsof de tijd heeft stilgestaan. Hoe groot de verleiding ook is om te solliciteren, Eva doet het niet. Ze weet dat Arthur is verder gegaan en Eva trouwens ook. Het is dom om alles te riskeren voor niets. Ze houdt het daarom liever bij de herinnering aan de geheime kameraad.

Zwijgend Vissie

“Wil jij op mijn goudvis passen?”, Shevira kijkt mij met smekende puppy ogen aan. “Goudvis?”, vraag ik verbaasd. “Ik wist niet eens dat je die hebt.” “Hij is eigenlijk van mijn zusje, maar omdat wij allemaal naar Majorca gaan, kan niemand op hem passen.” Ik durf geen nee te zeggen en kijk om mij heen, in de hoop dat iemand anders mijn hulp nodig heeft. Tevergeefs, want niemand meldt zich bij de informatiebalie van de Gamma. Ik probeer een andere tactiek, “Mijn moeder heeft vaker op huisdieren gepast en dat liep nooit goed af. Zij werden óf ernstig ziek óf ze gingen dood.” Shevira laat zich er niet door afschrikken. “Het is maar voor een week… alsjeblieft?” Ze vouwt haar handen biddend samen. Ze ziet mij twijfelen en gebruikt haar laatste troef, “Ik vertrouw alleen jou.” Vanbinnen vloekend, geef ik dan eindelijk toe, “Goed dan.” “Fijn! Ik breng hem met kom en al naar je toe. Je hoeft hem alleen maar eten te geven. Ik zal de korrels meenemen dus je hoeft niets te kopen. En na een week haal ik hem weer bij je op.” Ach, hoe moeilijk kan het ook zijn? Het zal vast goed komen.

De bel gaat, ik doe open en zie zowel Shevira als haar zusje voor de deur staan. Het zusje houdt met al haar kracht de vissenkom vast. “Gaat het wel? Mijn kamer is een trap omhoog.” Heel voorzichtig geeft ze de vissenkom aan mij. Wij lopen alle drie naar boven. De goudvis, genaamd Vissie, krijgt een mooie plek op mijn bureau. “Ik hoef Vissie alleen maar te voeren toch?”, vraag ik aan het zusje. “Ja, twee van deze korrels per dag”, ze pakt een bus vissenvoer uit haar jaszak. “Oké, dat gaat lukken. En hoe maak ik de vissenkom schoon?” Shevira haakt snel in, “Dat hebben wij net al gedaan dus daar hoef je je geen zorgen over te maken.” Nog voor ik andere vragen kan stellen, pakt ze de schouders van haar zusje vast. “Kom, zussie. Wij moeten gaan.” Beteuterd legt haar zusje haar hand tegen de vissenkom, “Dag Vissie.” Ik loop achter hen aan de trap af en zwaai ze uit totdat ze de bocht om rijden. De oppasweek is begonnen.

Alles gaat van een leien dakje tot de derde dag aanbreekt. Wanneer ik Vissie zijn dagelijkse kost wil voeren, zie ik dat hij schuin rondzwemt. Aan de oppervlakte hapt hij naar lucht. “Heb je zo’n honger?”. Ik strooi twee korrels in de kom en blijf nog even kijken. Vissie hapt verder, maar niet naar zijn voer. “Heb je geen honger of lukt het je niet?”, bezorgd blijf ik staan. Uiteindelijk hapt Vissie zijn twee korrels naar binnen, maar het geeft hem geen reden om naar beneden te zwemmen. Wat nu? Ik geef het een dag, morgen zien wij wel verder.

De volgende dag zie ik dat Vissie weer rond de bodem zwemt, maar nog steeds schuin. Het valt mij ook op dat hij opeens witte stippen heeft. Dat kan niet goed zijn en ik haast mij naar de dierenwinkel. De jongen achter de kassa vraagt hoe de vissenkom eruit ziet. “Het is een standaard vissenkom, zo’n ronde met boogjes aan de bovenkant. Op de bodem liggen een paar sierstenen, verder niks.” “Dat dacht ik al,” hij draait zich om en haalt een groene bos tevoorschijn. “Een waterplant zorgt ervoor dat de vis genoeg zuurstof krijgt en niet naar lucht gaat happen.” “Okè, mooi en hoe zit het met de witte stippen?” “Volgens mij heeft de vis last van stress. Daar geef ik je deze druppels voor”, hij legt een doosje op de toonbank. “Je voegt iedere dag een druppel toe aan het water en je mag de kom tussendoor niet schoonmaken. Als het na drie dagen niet minder wordt, moet je even terugkomen.” Omdat ik geen paniek wil zaaien, zeg ik niets tegen Shevira. Met een beetje mazzel is Vissie opgeknapt, wanneer hij wordt opgehaald.

“Wij zijn er over een kwartier”, lees ik op mijn telefoon. Even later staan de meiden weer in mijn kamer. “Vissie!”, roept het zusje enthousiast met haar neus tegen de kom gedrukt. Vissie hapt niet meer naar lucht. Hij zwemt netjes rechtop en in rondjes langs de bodem. De witte stippen zijn verdwenen en de druppels heb ik verstopt. “Kijk, Vissie heeft een plant gekregen”, reageert het zusje blij. Shevira kijkt mij aan, “Dat had je niet hoeven doen.” Ze houdt haar blik indringend op mij gericht, “Echt niet.” Ik slik voorzichtig, want ik voel mij betrapt. Deze keer legt ze haar hand op mijn schouder. Zwijgend slaan wij haar zusje gade, die niets in de gaten lijkt te hebben. En dan volgen de verlossende woorden: “Kom, wij gaan.” Shevira pakt de vissenkom op en loopt voorzichtig naar beneden. Bij de voordeur krijg ik een stevige knuffel van haar zusje. Ik glimlach als een boer met kiespijn en daardoor denkt ze dat ik haar goudvis ga missen. “Je mag altijd naar Vissie komen kijken!”, zwaait ze vrolijk terwijl ze wegloopt. Shevira schudt glimlachend haar hoofd. Dit blijft ons geheim.