Wegwezen

Vol bewondering kijk ik naar de ruïnes van een oude Romeinse stad in Zuid-Spanje. Ik sta voor het voormalig amfitheater van Itálica. De tribunes zijn nog goed zichtbaar en je kunt er zelfs onderdoor lopen. Het heeft iets mysterieus en ik wil het graag vanaf een andere kant bekijken. Ik loop om de rotsblokken heen en klim omhoog. Houten palen met ijzerdraad blokkeren mijn route. Gelukkig is het laag genoeg om eroverheen te stappen. Vastberaden klim ik verder omhoog. Eenmaal boven geniet ik van het uitzicht, het is waanzinnig om te zien. Ik weet dat hier in de buurt een meer is, want dat zag ik op de plattegrond bij de ingang. Het is bloedheet dus ik heb wel zin om even te zwemmen. Ik loop tussen de bomen door op zoek naar het meer. Opeens zie ik een pad en ik besluit het te volgen. Fijn, een splitsing zonder borden. Blijf ik op hetzelfde pad en loop ik rechtdoor? Of ga ik langs het hek naar rechts? Het hek staat wagenwijd open dus ik kies voor het laatste. Na een paar honderd meter heb ik het meer bereikt. In de verte zie ik een stijger dus ik sta waarschijnlijk aan de verkeerde kant maar ach vanaf hier kun je ook het water in. Ik trek mijn sandalen uit en besluit om het water eerst even te voelen met mijn voeten. De temperatuur is heerlijk. Terwijl ik verder het water in loop, valt mijn blik op een groep eenden. Ze zwemmen in een rij voorbij met moeders voorop. Het is een aandoenlijk gezicht totdat de achterste keihard begint te piepen. Moeders draait direct om en de andere eendjes zwemmen vlug weg. In een fractie van een seconde zie ik de achterste volledig onder water verdwijnen. Alsof iets in zijn pootje beet en hem daarna onder water trok. Moedereend zwemt zo snel als ze kan naar de plek waar de achterste net nog was. Ze tuurt in het water. Slechts één veertje komt naar de oppervlakte drijven. Moeders piept, zwemt verder en zoekt dekking tussen het riet. Langzaam komt het besef dat ik nog steeds met beide voeten in het water sta. Wat nou als het een krokodil is? Ik schrik en ga er als een haas vandoor. Helaas de verkeerde kant op, want het pad loopt dood. Nee, nee, nee! Ik moet weg hier. Snel! Terug! Ik begin nog harder te rennen. Bijna bij de splitsing! Nee! Nee! NEE! Alsjeblieft, nee! Ik zie dat het hek dicht is. Laat het niet op slot zijn, laat het niet op slot zijn, alsjeblieft, laat het niet op slot zijn. Ik trek en duw aan het hek. Door het kettingslot dat eromheen hangt gaat het slechts voor een kiertje open. Ik probeer mijzelf er tussen te wurmen. Mijn lichaam gaat wel, maar mijn hoofd is te groot. En nu? Schreeuwen om hulp heeft totaal geen effect. Ik heb geen telefoon, geen aansteker, hoe kan ik aandacht krijgen? Wachten? Nee, echt niet! Gefrustreerd trap ik tegen het hek, het helpt niets. Springen? Dat is hek is drie meter hoog! Zelfs met een aanloop lukt dat niet. Ik moet iets van een zetje krijgen of halverwege ergens op kunnen staan. Hoe dan? Denk na! Ik weet het! Ik moet een stevige tak tussen het hek klemmen. Dan kan ik daarop staan en mezelf eroverheen hijsen. Al snel zie ik een geschikte tak en ik klem het tussen het hek. Het werkt! Met een bonkend hart zit ik boven op het hek. De adrenaline giert door mijn lijf, ik spring. Godzijdank het is gelukt! Ik kijk nog één keer achterom en denk: wegwezen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s