Omapoly

Je ziet meteen dat het één grote familie is. Op het Domplein in Utrecht is het terras gevuld met zo’n 25 man. Iedereen praat door elkaar en er wordt over en weer geroepen. Ik bekijk ze eens goed. De jongste van hen is een tienermeisje en de oudste is de gepensioneerde oma. Ik kan niet goed zien wie bij wie hoort, want qua uiterlijk lijken ze weinig op elkaar. Bovendien zitten alle jongeren gezellig in de hoek. Opeens staat een dame van het gezelschap op en begint iedereen stuk voor stuk te omhelzen en te zoenen. Ze gaat er vandoor. Het afscheid duurt wel tien minuten, want haar dochter met vriend, man en zus stappen hierdoor ook op. En zij zeggen op hun beurt ook iedereen gedag. Tijdens het afscheid is iedereen gaan staan en op een gegeven moment weet niemand meer wie nou wel en wie nou niet naar huis gaat. “Jij blijft nog hier toch?”, roept een oom naar een nichtje achterin. “Jaja. Ik blijf lekker hier.” Als het gezin dat weggaat eindelijk de hoek om is, keert de rust weer terug op het terras. Maar niet voor lang, want de drankjes zijn nog maar net op als de groep plotseling in tweeën wordt gesplitst. “Team 1 hier komen!”, roept een jonge meid. Waarop een man aan de overkant zegt: “Team 2 hier verzamelen en snel een beetje!” Binnen een mum van tijd staan beide teams om een eigen tafel gebukt. De lege glazen hebben plaats gemaakt voor een spel met een plattegrond. “Het is jouw beurt om te gooien Oomie,” zegt teamleider 1 terwijl zij de dobbelsteen overhandigd. Oomie heeft blijkbaar direct gegooid, want iedereen is meteen hysterisch en wijst schreeuwend naar de kaart. “Ja! Daar! Daar moeten wij heen!” en ze stormen weg. Team 2 schrikt ervan en rent snel de andere kant op. Vlak voordat beide teams uit het zicht verdwenen zijn, kijken zij nog om en roepen zwaaiend: “Dag oma! Tot straks!” Alleen gepensioneerde oma en haar man zijn achtergebleven op het terras. Genietend drinken zij verder en kletsen zachtjes over eten en familieleden. Ik kan het niet laten en spreek hen aan. “Mevrouw, meneer, sorry, mag ik iets vragen?” Beide draaien zich glimlachend om. “Ik zie dat u hier met de familie bent en dat jullie een spel spelen. Welk spel is dat? Kan ik het ook spelen?” Oma lacht: “Ja, dat kan wel… Alleen moet je het wel eerst zelf maken. Het is namelijk niet op de markt verkrijgbaar. Het heet Omapoly.” “Omapoly?”, ze ziet mij vragend kijken. “Dat is hetzelfde als monopoly maar nu gaat het spel over oma vandaar de naam.” “Wat leuk! Hoe verzin je het!”, zeg ik enthousiast. “Mijn kleindochter heeft het bedacht en gemaakt. Op het spelbord staan Utrechtse straatnamen. Zodra je op een straat beland moet je daar naartoe en een opdracht uitvoeren.” “Wat origineel! Ik zag ook al een plattegrond op de achterkant van het bord. Het ziet er erg professioneel uit.” “Ja”, glundert oma trots. “Ze is pas 18 jaar, maar heel creatief. Ze heeft het allemaal zelf gemaakt en georganiseerd. Alleen bij het reserveren van de tafels hebben wij haar geholpen, want dat vindt ze nog wel een beetje spannend.” “Wat knap zeg! Doen jullie dit nou vaker?” “Ja, althans dat proberen wij altijd wel. Wij wonen niet bij elkaar in de buurt, zie je… De één woont in Sneek, de ander in Rotterdam en ook in Hoofddorp bijvoorbeeld. Dat maakt het lastig om met z’n allen af te spreken.” “Ja, dat kan ik mij voorstellen. Ik ving ook op dat iemand in Zwolle woont.” “Dat klopt! Het is fijn om elkaar weer eens te zien en iets te ondernemen. Wij proberen ieder jaar op de verjaardag van oma iets leuks te doen. Zoals vandaag, al is vandaag wel extra bijzonder. Oma leeft niet meer, maar als ze nog wel leefde dan was ze vandaag 100 jaar geworden.” “Dat meent u niet! Wat mooi!” “Vandaar dat wij nu Omapoly spelen. Het staat echt in het teken van haar. Bij de opdrachten zitten ook vragen over oma, want zo leren de jongste binnen de familie haar toch ook nog een beetje kennen. “Jeejte! Ik vind het echt heel bijzonder dat jullie dit zo doen. En het brengt mij ook op ideeën!” “Dat is leuk om te horen.” Verzonken in gedachten kijk ik naar het glas in mijn handen. De verse muntthee is inmiddels op. Oma en opa raken weer met elkaar in gesprek. Het is tijd om te gaan. “Mevrouw, meneer, nog een hele fijne verjaardag!”, zeg ik terwijl ik mijn stoel aanschuif. “Dank je wel. Jij ook nog een fijne dag.” Ik zwaai naar ze terwijl ik wegloop. Iets verderop kijk ik stiekem achterom. Glimlachend denk ik: Dag oma. Tot kijk.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s