Eerste Rijles

Het enige dat ik nodig heb is goede schoenen, herhaal ik in mijzelf. Schoenen die in ieder geval tot over de enkels reiken en extra bescherming bieden voor de tenen, hielen en dus ook de enkels. Ik kijk omlaag en zie mijn gloednieuwe urban schoenen. Vol trots stap ik de tram uit en loop de Badhuisstraat van Scheveningen in. Iets verderop zie ik op de glazen ramen grote, rode stickers die aangeven dat dit de rijschool is waar ik zijn moet. Ik stap naar binnen. “Hallo! Ik ben Marjolein en ik heb straks mijn eerste motor rijles.” “Welkom! Pak alvast maar wat je nodig hebt. Viktor, de instructeur, kan hier ieder moment zijn. Jij kan makkelijk in een S. Hier heb je een broek en een jas en probeer zelf maar even de handschoenen en een helm. Waarschijnlijk zijn de kleinste het beste voor jou.” Ik kleed mij rustig om en ga op een stoel in de hoek zitten. Even later komt Viktor, een vrolijke jongen die iets ouder is dan ik ben, enthousiast binnenlopen. Hij is druk aan het praten over de les ervoor en wat hij wel niet heeft meegemaakt in zijn dagelijkse leven. Opeens ziet hij mij op de stoel zitten en hij loopt naar mij toe om mij een hand te geven. “Hoi, jij bent zeker Marjolein. Ik ben Viktor. Kijk je altijd zo glazig uit je ogen? Of ben je gewoon heel zenuwachtig?” “Nee, in tegendeel ik zit hier gewoon rustig te wachten.” Viktor lacht, hij is nog niet overtuigd. Ik lach niet mee. “Goed… Zullen wij maar gaan dan?” Viktor geeft zijn rugtas met pionnen aan mij. “Hier draag jij die maar. Ik weet niet of wij ze vandaag al gaan gebruiken, maar dan hebben wij ze in ieder geval bij ons.” Ik doe zijn rugtas om en volg hem naar buiten. Hij stapt op de motor en vraagt of ik weleens achterop heb gezeten. Ik antwoord met: “Ja.” “Dus je weet hoe je op moet stappen? Op deze motor heb je zijsteunen waar je je voeten op kunt zetten.” Ik stap achterop en houd hem vast. We rijden weg. Op één vraag na (waarom ik met lessen begonnen ben), kletst hij aan één stuk door onderweg. Aangekomen bij een vrijwel verlaten parkeerplaats stappen wij weer af. Viktor is benieuwd wat ik tot nu toe al weet over de motor. Met een grote glimlach beken ik: “Helemaal niets!” Hij denkt even na. “Wil je het weten?” “Ja hoor, vertel maar.” Vervolgens praat hij een kwartier lang over alle ins en outs: wat voor motor erin zit, hoe het is opgebouwd, waar je op moet letten, waar alle knopjes voor dienen en ga zo maar door. Ik knik er op los en doe mijn uiterste best om alles te onthouden. Stiekem hoop ik dat hij mij niet gaat overhoren, want ik betwijfel of ik nog iets kan navertellen. Tot slot zegt hij: “Maar dit ter informatie. Dit hoef je allemaal niet te onthouden.” Opgelucht haal ik adem. “Nou, stap maar op!” Ik ga zitten. “Zo start je de motor. Hij staat nu nog in zijn vrij dus er gebeurd niets. Dit is dus je koppeling, houd die maar ingedrukt. Ja zo. En dan kun je nu met je linkervoet hem in zijn de eerste versnelling zetten.” Ik tik met mijn voet de koppeling naar beneden. “En hier zit dus de rem. Als je nu met je hand langzaam de koppeling loslaat, ga je al rijden. Dat mag je zo proberen. Vind je het eng of te snel gaan dan druk je gewoon rustig de rem in, oké?” Ik knik. “Ga je gang.” Viktor doet een stap achteruit en wijst met zijn hand naar de verte. Heel langzaam laat ik de koppeling los. De motor begint inderdaad te rollen en ik zet mijn beide voeten op de pedalen neer. “Goed zo, geen voeten meer op de grond, alsof je al echt aan het rijden bent. En daar komt je eerste bocht al aan. Kijk nu goed door de bocht. Waar wil je heen?” Opeens valt het besef als een bom binnen. Ik had er geen seconde bij stil gestaan. Motor rijden doe je alleen! Je hebt geen instructeur naast je die de handelingen kan overnemen zoals bij het leren van auto rijden. Je hebt alleen een oortje in waar je zo nu en dan aanwijzingen door krijgt en voor de rest moet je het zelf doen! Shit, en nu die bocht! Oké, waar wil ik heen? “Ja, heel goed. Blijven kijken.” Viktor blijft er heel rustig onder. “Meteen nog een keer draaien. Ja zo.” Pfieuw, denk ik. Dat ging goed. “Blijf ver voor je uit kijken. Als je wilt, kun je ook een beetje gas geven, want nu ga je wel heel langzaam.” Voorzichtig geef ik een beetje gas. “Ja precies, het hoeft niet veel harder. Gewoon zo. En kijk goed door, want daar is je volgende bocht alweer.” Ik draai heel rustig de bocht door. “Probeer nu eens halverwege de motor stil te zetten.” Ik rem rustig af en zet mijn rechtervoet aan de grond. “Perfect! Doe dat aan de andere kant ook.” Aan de overkant doe ik precies hetzelfde. “Ja, heel netjes. Rij nog maar een rondje.” Ik rij zelfstandig nog een rondje. Als ik net door de bocht ben, zegt hij: “Dit gaat heel goed. Als je dit rondje af hebt gemaakt, ga ik je weer iets nieuws leren.” Trots rij ik door en zie de volgende bocht al aankomen. Net wanneer ik de bocht wil maken, geef ik per ongeluk een flinke dot gas. Geschrokken kijk ik vooruit, ik voel een flinke knal terwijl ik nog op de motor zit en het volgende moment lig ik op de grond. Ik open mijn ogen en zie alleen maar groen om mij heen. Ik lig in de struiken. Op het moment dat ik weer wil opstaan, hoor een rustige stem in mijn oor. “Blijf liggen. Ik kom naar je toe.” Ik hoor Viktor aan komen lopen en steek mijn duim in de lucht om aan te geven dat ik in orde ben. Hij begint keihard te lachen. “Kijk hoe je erbij ligt! Met je arm zo gek in de lucht.” Ik sta op en moet ook lachen. “Ja, ik wilde je niet ongerust maken.” Op serieuze toon vraagt hij of ik mij nergens bezeerd heb. “Weet je zeker dat je nergens pijn hebt?” Ik kijk naar beneden en zie groene vegen op mijn jas en broek en hier en daar zitten takjes aan mij vast geplakt. “Nee, nou ja… Het doet hier wel een beetje pijn,” zeg ik met mijn handen op mijn voorhoofd en kin. Voorzichtig doet hij mijn helm af. “Gelukkig is er niets te zien, maar het zal morgen wel een blauwe plek worden.” Ik stap uit de struiken. “Ik wilde gewoon het ijs breken,” grap ik flauw. “Nou, dat is je gelukt! Nu ik weet dat jij ongedeerd bent, kunnen wij naar de motor kijken.” Oh ja de motor! Aan de andere kant van het struikgewas zien wij de motor op zijn kant liggen. Er komt wat rook vanaf en er ligt een plas omheen. Olie? Benzine? Ik heb geen idee. Ik kan wel door de grond zakken. Viktor hurkt naast de motor om de schade te beoordelen. “Oei, dat is niet best. Dat is zeker niet best.” “Het spijt me,” ik durf hem niet aan te kijken. “Oh maak jij je maar geen zorgen. Dit kan iedereen overkomen. Bovendien zijn we voor de motor verzekerd. Dus echt, niets om je zorgen over te maken.” Al heeft hij gelijk, ik voel mij nog steeds knap lullig en ik durf niets meer te zeggen. “Ga maar rustig zitten. Ik moet even naar de zaak bellen, want op deze motor komen wij niet meer thuis.” Ik ga zitten en al bellend loopt hij de andere kant op. En ook al staat hij meters verderop, het is duidelijk dat het een moeilijk gesprek is. Ik schaam mij dood. Als hij weer aan komt lopen, vraag ik: “En? Hoe reageerden ze?” “Ja, ze waren er natuurlijk niet blij mee… Zeker gezien het de nieuwste motor van de zaak is.” “Meen je dat?” Geschrokken kijk ik hem aan. “Ja, dit was de eerste keer dat er op gereden werd. Kijk een ongeluk is altijd vervelend, maar juist op deze motor… Dat maakt het extra naar. Maar nogmaals, niets om je zorgen over te maken. Komt allemaal wel weer goed met de verzekering.” Viktor komt naast mij op het stoeprandje zitten. We zitten in de volle zon, maar omdat er nergens schaduw is moeten we het er maar mee doen. “Het zal wel even duren voordat hij er is. Hij gaat eerst de aanhangwagen ophalen zodat de motor gelijk mee kan.” Ik kijk naar de grond en zeg niets. “Wat gebeurde er nou eigenlijk? Het ging heel goed en opeens lag je op de grond. Ik schok mij lam.” Ik haal mijn schouders op. “Ik kan mij alleen maar drie seconden herinneren en dat is: HUH?, BAM, BAM. Ik heb echt geen idee. Het ging  zo snel.” “Wil je weten hoe het er vanaf mijn kant uitzag?” “Ja. Jij hebt het goed kunnen zien.” “In de bocht gaf je een flinke dot gas, waar je waarschijnlijk van schrok, want je ging recht vooruit. Daardoor stuiterde je op die steen daar waardoor je met motor en al van de grond kwam. Jij vloog naar links over de motor heen en de motor schoof zo door naar rechts. Je kwam keihard en kaarsrecht als een plank op de grond terecht en ik dacht echt: die is er niet meer.” “Wow, serieus? Die steen en de grond heb ik wel gevoeld ja, maar ik heb helemaal niet doorgehad dat ik over de motor heen vloog. Sorry, dat ik je heb laten schrikken.” “Ik ben allang blij dat je niets mankeert!” “Ja, ik ook.” Het is even stil. “En nu?,” vraagt Viktor. “Ben je van plan om verder te lessen?” “Ja natuurlijk!,” zeg ik resoluut. “Dit gebeurd je één keer en dan kan het maar beter in je eerste les zijn. Bovendien wil ik het heel graag!”

Advertisements

One thought on “Eerste Rijles

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s