Droomhuis

Daar sta ik dan, middenin het huis van mijn dromen. Ik ben het aan het bezichtigen en het is een kwestie van ja zeggen en dan is het helemaal van mij. De makelaar geeft mij de tijd om het huis eens goed te bekijken. Eigenlijk hoef ik niet langer na te denken, het is liefde op het eerste gezicht. Uit beleefdheid loop ik een rondje en in mijn hoofd zie ik het al helemaal voor mij. Daar in de hoek komt de bank, iets verderop en schuin voor het raam de eetkamertafel, mijn bed voor de muur en in de andere hoek het bed van de kleine. Het is een grote, langwerpige ruimte met een hoog plafond. Hier en daar zijn verhogingen aangebracht, wat totaal niet praktisch is, maar de ruimte wel een speels karakter geeft. Ik zie voor mij hoe ik met kleurrijke kussens leuke zithoeken kan creëren en heb direct zin om iedereen uit te nodigen voor een gezellige Housewarming. Past makkelijk, het is echt heel ruim. Eerlijk is eerlijk, tot zo ver klinkt het allemaal niet heel bijzonder, eerder als een standaard huis. Maar dit huis heeft iets super-waanzinnig-mega-krankzinnig-cools. Namelijk glazen platen hier en daar in de vloer. Eigenlijk een soort ramen, want je kunt er door naar buiten kijken. En wat zie je als je er doorheen kijkt? Sterren! Duizenden sterren! Alsof je naar de Melkweg zit te kijken vanaf de eerste rang. Heel bijzonder! Omdat ik nog nooit zo iets moois heb gezien, ben ik direct verkocht en wil dolgraag ja zeggen tegen de makelaar. Ik bedenk mij alleen dat ik daar niet alleen ga wonen, maar met dat heerlijke, kleine ventje van mij. Van vaders is namelijk geen spoor meer te bekennen. Het is alleen hij en ik. Dus ik vraag om nog een bezichtiging en al snel sta ik met mijn knappe en slimme jochie van vijf naast mij in dat prachtige huis. Dolenthousiast zeg ik: “Dit is het!” We lopen langzaam door de grote ruimte en ik wijs ondertussen aan wat waar komt te staan. “Mama had bedacht dat in die hoek onze bank wel mooi zou staan en daar bij het raam de eettafel en daar mama’s bed en daar in die hoek jouw bed.” “Maar ik wil helemaal niet in die hoek slapen,” zegt hij een beetje verdrietig. “Oh, waarom dan niet?” “Omdat daar allemaal geesten zitten.” “Oh, echt waar? Zitten ze overal of alleen in die hoek?” Hij kijkt nog eens om zich heen. “Niet overal,” en terwijl hij met zijn hand naar het midden van de kamer wijst, zegt hij: “vanaf hier tot aan de hoek.” Ik ben even stil. Hij ziet mij nadenken en zegt: “Maar ik wil best in de andere hoek slapen, want daar zijn ze niet.” We lopen naar de andere kant van het huis en ik kijk nog eens goed rond. “We kunnen natuurlijk de indeling veranderen waardoor jij hier komt te slapen. Alleen is het wel de bedoeling dat je je veilig voelt in heel het huis en niet alleen in een bepaald gedeelte. Dus ik denk dat het beter is als we niet voor dit huis kiezen.” Opeens word ik wakker en het eerste dat ik denk is: hoe kan dat nou? Dat kan helemaal niet. Als je vanuit de vloer het sterrenstelsel kunt zien, waar staat het huis dan op? In mijn droom was het echter volkomen logisch. Ik stond er zelf in! Het was mogelijk en ongelooflijk prachtig. Ik wrijf het slaapzand uit mijn ogen en kijk door de kamer. Geen Melkweg of sterren te bekennen en ook geen schattig kind. Het maakt mij oprecht verdrietig.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s