Ander Leven

Ik zie een oude man en weet dat het mijn opa is. Ik herinner mij dat ik geen ouders heb, althans ik heb ze zelf nooit gekend. Ik woon bij opa en opa is alleen. Op het eerste gezicht is er niets aan de hand. Een vriendinnetje blijft regelmatig spelen en dat is altijd erg gezellig. Haar moeder krijgt in de gaten dat de situatie niet pluis is. Ze probeert het vertrouwen van mijn opa te winnen door regelmatig met haar dochter langs te komen en een praatje te maken. Zelf heb ik niets in de gaten. Wanneer ze denkt dat het goed zit, vraagt ze of ik een keer bij hen mag blijven logeren. Opa stemt in alsof het de normaalste zaak van de wereld is. “Natuurlijk mag ze blijven logeren, dat zullen die kleine meiden heel leuk vinden.” Moeders is blij en kan niet wachten. Ze denkt: dit is mijn kans! Nu kan ik haar wegkrijgen bij die enge man die zijn kleindochter misbruikt. Ze weet alleen niet, dat ik een hele slimme opa heb. Hij heeft haar allang doorzien en speelt het spel gewoon mee. Op de dag dat ik mag blijven logeren, staat ze samen met haar dochter voor de deur. Opa vertelt dat ik dood ben en doet de deur weer dicht. Uiteraard ben ik niet dood en dat weet die moeder ook wel, alleen zit ik nu opgesloten en er is niets dat zij kan doen.

Ik heb geen idee hoe, maar mijn broer (die al een tijd ergens op zichzelf woont) wordt op de hoogte gebracht van het treurige nieuws. Hij gelooft er niets van en gokt in één keer goed dat opa mij heeft opgesloten. Gelukkig laat mijn broer het er niet bij zitten en hij verzint een plan. Hij komt mij halen, we zullen samen vluchten! Ik ben dolblij als ik hem na al die jaren weer zie. Ik vertrouw hem meteen en we rennen samen weg. We rennen en we rennen, zelfs zo ver dat we uiteindelijk in het buitenland terecht komen. We voelen ons nog steeds niet veilig en besluiten door te rennen. We realiseren ons alleen niet dat we in oorlogsgebied terecht zijn gekomen. Voor we het weten, zijn we omsingeld door strijders. Of nja, ik, want mijn broer kon nog net op tijd wegduiken en vluchten. De strijders denken dat ik uit een rijk gezin gevlucht ben en veel geld kan opleveren. Helaas blijkt dit niet het geval en ze besluiten al vrij snel mij achter te laten in een weeshuis.

Opeens bevind ik mij in een kleine kamer met drie andere weesmeisjes, dit is mijn nieuwe huis. Mijn kamergenoten schreeuwen en janken de hele dag door en maken overal een bende van. Niemand wil hier zijn en ik nog het allerminst, want die herrie en zooi kan ik al helemaal niet hebben. Ik probeer de meiden wat manieren bij te brengen, maar daar geven ze geen gehoor aan. Ze zijn veel te druk bezig met dramatisch doen. Slim als ik ben, bedenk ik om geheime boodschappen de wereld in te sturen. Een uur per dag mogen wij achter internet. In codetaal schrijf ik blogs in de hoop dat ze bij iemand terecht komen die ze begrijpt en mij komt halen. Het duurt even voordat de berichten mijn broer bereiken. Gelukkig begrijpt hij meteen waar ik zit en hij komt direct naar mij toe.

Aangekomen bij het weeshuis zegt hij met volle overtuiging dat hij mijn broer is en mij komt halen. De eigenaresse is het daar echter niet mee eens. Alleen als hij mijn officiële geboorteakte kan overhandigen dan ben ik vrij om te gaan. Ik spring een gat in de lucht, want ik weet precies waar die is. Ik ren naar hem toe en overhandig hem de sleutel van ons ouderlijk huis. “Hier! Hij ligt thuis en ik weet precies waar!” Ik heb niet in de gaten dat mijn broer bij het krijgen van de sleutel verstijft en met grote ogen voor zich uit staart. Enthousiast vertel ik verder: “Als je binnenkomt dan direct links, helemaal links in de hoek. Je moet even goed kijken, want hij ligt onder een tas met spullen en tussen een stapel documenten. Als je hem niet kunt vinden, blijf dan zoeken want hij ligt er echt!” Nu krijg ik pas in de gaten dat mijn broer er niet helemaal bij is. “Hallo? Hoor je me? Heb je het begrepen? Hoor je mij wel?” Nog steeds geeft hij geen kick. “Ga je het halen, alsjeblieft? Helemaal links in de hoek,” zeg ik dit keer smekend. Mijn broer schud langzaam zijn hoofd heen en weer. Hij kan niets uitbrengen en doet langzaam een stap naar achteren. “Alsjeblieft!,” je hoort de brok in mijn keel. Hij doet nog een stap achteruit en blijft langzaam nee schudden. Ik hoor hem denken: het is beter zo. Hier heb je een beter leven. “Alsjeblieft, ga het halen!,” smeek ik nog een keer. Het beeld wordt wazig. Terwijl mijn broer voor mijn ogen in rook opgaat, schreeuw ik met een verdrietige krijsstem: “Neeee!” Ik haal diep adem en schreeuw weer: “Neeee!” Hopeloos blijf ik kijken naar de plek waar mijn broer zojuist nog stond. Ik kan het niet geloven… Al die moeite, hij was zo dichtbij en toch laat hij mij achter. Ik realiseer mij dat ik voor altijd vastzit in dit weeshuis en dan pas word ik wakker. Vannacht droomde ik dat ik hetzelfde meisje was in een ander leven.

Advertisements

One thought on “Ander Leven

  1. me says:

    Wow… ken je dat gevoel na een intense docu? Kan het niet uitleggen met typen, hoop dat je begrijpt wat ik bedoel. Zo voelt het na dit gelezen te hebben.. ik heb ooit gehoort dat je van nachtmeries kan afkomen door hetgeen te doen wat ze niet van je verwachten, bijvoorbeeld je angst juist zelf uit te lokken ipv ondergaan… helpt dat denk je?

    Liked by 1 person

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s