Verdriet

Zodra ik stil sta leg je beslag op mijn gedachten. Ik zie je weer voor me. De tranen springen in mijn ogen. Ik krijg een brok in mijn keel. Voel een traan langs mijn wang glijden. Ik veeg hem snel weg en knipper een paar keer met mijn ogen. Niet huilen, ik wil niet huilen, zeg ik tegen mezelf, ik wil sterk zijn. Weer een traan. Mijn mondhoeken laten zich vallen. Nog een traan. Ik bijt op mijn kiezen. Kappen nou! Doe normaal! Ik haal diep adem en zorg snel dat ik weer iets te doen heb. En zo gaat het de hele dag. Aan het eind van de avond ben ik helemaal kapot. Opgelucht trek ik de dekens opzij. Eindelijk mag ik weer slapen. Ik stap in bed. Mijn hoofd zakt langzaam naar het kussen. Ik ga op mijn zij liggen. Mijn ogen vallen dicht. Daar ben je weer. Ik heb geen kracht meer om mij tegen het verdriet te verzetten. Het is voorbij. De gedachte die de waterval in gang zet. Het had niet zo mogen gaan en toch is het gebeurd. Ik probeer het te accepteren. Ik probeer het echt te accepteren. De tranen stromen verder. Ik sla mijn armen om mij heen. Ik hou mijzelf stevig vast. Het komt goed, fluister ik, het komt wel goed. De tranen maken plaats voor gesnik, mijn ademhaling vertraagt, ik doezel in slaap. Langzaam, heel langzaam is de wond aan het helen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s