Vrolijk Verder

Kun je het geloven? Drie maanden lang ga ik braaf (onder het toeziend oog van een personal trainer nota bene) naar de sportschool om aan krachttraining te doen en wat denk je? Mijn spiermassa is achteruit gegaan! Iets gedetailleerder nu: ik ga zes uur in de week sporten, ik heb een actieve baan en nog veel belangrijker ik heb alle verleidingen weerstaan EN DAN NOG is mijn spiermassa achteruit gegaan. Met verleidingen bedoel ik overigens: geen pizza, geen taart, geen cake, geen chocolade, geen ijs, geen muffins, geen snoep, geen wafels, geen pannenkoeken, geen donuts, geen patat, geen chips, geen tucjes en ook geen KOEKJES!!! Aaaaaa! Je merkt pas hoeveel troep je eigenlijk eet zodra je met jezelf afspreekt om overal nee tegen te zeggen. Ongelooflijk, echt ongelooflijk. Je kunt je voorstellen dat ik hoge verwachtingen had bij het doen van een nieuwe meting. Och wat was ik trots op mijzelf.

Triomfantelijk loop ik naar de speciale weegschaal toe. Met mijn blote voeten ga ik keurig op de machine staan. Twee tellen later rollen de resultaten eruit en daar sta ik dan met een verse strook papier in mijn handen. Mijn ogen schieten heen en weer van de nieuwe strook naar de oude. Wat? Nee? Wat!? Dit kan niet waar zijn! Dit kan echt niet waar zijn. Een jongen uit de sportschool ziet mij verslagen kijken. Nieuwsgierig kijkt hij mee naar de cijfers. “Je vetmassa is netjes achteruit gegaan. Dat is toch goed?” “Spiermassa! Ik kom hier om spieren te kweken! Kijk!” Licht agressief wijs ik naar de voor mij belangrijke getallen. “Oei… Dat is niet best.” Grrrr!!

Geloof mij, ik heb mij echt nog nooit ZO chagrijnig gevoeld. Het ergste was nog de meting is voorafgaand aan een training. Ik “moest” nog doodleuk gaan sporten daarna ook. Als een geest heb ik de gehele workout uitgevoerd. Ik was er wel, maar eigenlijk was ik er niet. Mijn hoofd zat vol negatieve gedachten. Ik vervloekte letterlijk alles. Ik dacht: zodra ik met deze workout klaar ben vreet ik mijzelf net zo lang vol totdat ik erbij neerval. Man, man, man. Wat een ellende. Drie dagen lang heb ik met dezelfde gedachten rondgelopen. Niet dat ik daadwerkelijk iets met die negativiteit heb gedaan. Nee, want zo zit ik niet in elkaar. Marjolein gaat altijd “vrolijk” verder. Zuuucccht…

Advertisements

Tip

“Mag ik je een tip geven?” Ligt het aan mij of is dat een heel irritant begin? De opdringende vraag wordt vrijwel altijd gesteld door iemand die je niet kent. Nog zonder zichzelf voor te stellen of een compliment te geven, hebben ze direct al commentaar. Dat vind ik niet fijn. Nu is het mijn goed recht om de vraag met nee te beantwoorden, alleen krijg ik dat niet over mijn hart. Ik snap dat de intentie van diegene goed is bedoeld. Bovendien vergt het moed om zomaar op iemand af te stappen en al helemaal met een kritische mededeling. Daarbij is de kans groot dat ik er iets van leer. Met enige tegenzin zeg ik daarom toch maar: “Ja, dat mag.”

“Zoals je de oefening nu uitvoert heeft het totaal geen zin. Je knieën staan te dicht bij elkaar, dat zorgt voor onbalans. Probeer dan kracht op je staande hand en tenen uit te oefenen. Duw jezelf als het ware de lucht in.” Onder het toeziend oog van de meneer op leeftijd probeer ik de Bird Dog beter uit te voeren. “Merk je al dat het beter gaat?” Ik lieg van wel in de hoop dat ik rustig verder kan sporten. “Vergeet niet je billen aan te spannen.” Zit hij nou serieus naar mijn billen te kijken? “Je benen gaan ook veel te hoog de lucht in, dat is nergens voor nodig.” Vooruit nog maar een keertje dan… “Ja, zo ja. Dat ziet er beter uit. En dan nu drie diepe ademhalingen en dan pas terug naar de grond. Word je bewust van heel je lichaam en wat je aan het doen bent.” Oké, zo is het wel genoeg. “Heel erg bedankt voor de tip!” zeg ik zo enthousiast mogelijk om de kritiek af te kappen. “Ik ben bewegingscoach en ik kan het niet laten om er iets van te zeggen.” “Ik waardeer je goede bedoeling. Nogmaals bedankt.” Zoals ik van hem de oefening moet doen, voel ik totaal mijn buik en onderrug niet meer en juist dat maakte deze oefening zo geschikt voor mij. Ik kreeg deze opgave namelijk van mijn personal coach die mij helpt met mijn houding en het versterken van mijn rug. Mijn personal coach is er eens in de paar weken bij en de meneer op leeftijd is praktisch dagelijks in de sportschool te vinden. Eindstand: ik doe de oefening niet meer.

Tien, kom op! Elf, nog 1 keer! Pffff, TWAALF, done! Ik zit nog even uit te puffen van de Leg Press wanneer een onbekende jongen naast mij is komen staan. “Mag ik je een tip geven?” Daar gaan we weer… “Ja, dat mag.” “Bij het wegduwen strek je ook je knieën. Probeer dat niet te doen.” “Je bedoelt dat ze op slot gaan?” “Ja, daar maak je heel je knieën mee kapot dus pas op.” “Ik begrijp het en ik zal erop letten. Dank je wel.” “Ik heb zelf jarenlang verkeerd getraind dus vandaar.” “Bedankt voor de tip.” Ik glimlach en hij gaat weer verder met zijn eigen training. Eindstand: zwaaaar!

Zodra ik de heren weer zie knik ik naar ze of zeg ik ze gedag. Heel vriendelijk allemaal en toch knaagt het stiekem nog aan mij. De eerst volgende keer dat iemand aan mij vraagt: “Mag ik je een tip geven?” zeg ik daarom: “Alleen als je jezelf eerst voorstelt en mij een compliment geeft.”

Lieve Mam

Jij en ik zijn als water en vuur. Dat is altijd zo geweest. In mijn optiek komt dat vooral omdat wij elkaar een kraakheldere spiegel voorhouden. Een weerspiegeling van onze schaduwkant gevuld met jaloezie, verdriet, angst en pijn. Spijtig genoeg, kunnen wij allebei niet goed omgaan met deze negatieve emoties en al helemaal niet wanneer wij samen zijn. “Gezellig” een kopje thee drinken kan in enkele minuten omslaan in een woede uitbarsting van jouw kant en een zichtbaar geïrriteerde houding bij mij. Op een volwassen manier met elkaar communiceren zit er bij ons niet in. Zelfs niet als wij allebei een keer rustig zijn. Want tot op heden zie je het niet. Het schaduweffect; “Het is vaak moeilijk ons eigen negatieve gedrag te zien, omdat we het voortdurend op anderen projecteren. Wat je afwijst in anderen, moet je bij jezelf veranderen.” Al heel lang zit je gevangen in de mist van illusie. Ik weet enigszins waar het bij jou vandaan komt en daarvoor heb ik alle begrip. Ik verwijt je oprecht helemaal niets. Dit betekent echter niet dat ik alles maar van je moet slikken. De laatste keer dat wij elkaar zagen, ben je te ver gegaan. Zoals gezegd: mijn geduld is op. Zolang wij niet op een normale manier met elkaar kunnen omgaan, hoeft het voor mij niet meer. Je bent mijn moeder, mijn bloedeigen moeder. Dat is geen privilege, het is alleen extra pijnlijk. Ook al heb ik je nu de rug gekeerd, ik blijf hopen op een stukje bewustwording en begrip van jouw kant. Tik vooral eens op mijn schouder, zodra die dag is gekomen lieve mam.

Gemis

Vandaag miste ik de trein met 10 seconden. 10 seconden… Ik riep nog: “Mag ik mee?”, maar de conductrice stapte zonder om te kijken in. In de verte zag ik de deuren voor mijn neus dichtgaan. Klote. Vooral als je in Baarn woont, waar de treinen met een beetje mazzel ieder half uur naartoe gaan. 10 seconden… Ik had zoveel dingen anders kunnen doen om het wel te halen. Ik had eerder een sprintje kunnen trekken. Ik had eerder tegen mijn collega kunnen zeggen dat ik de trein wilde halen. Of ik had iets kunnen laten liggen voor morgen bijvoorbeeld. Terwijl ik verlaten op het perron sta, realiseer ik het mij maar al te goed: ik heb het zelf in de hand. Het hangt allemaal af van de keuzes die ik maak. Dat doet mij denken aan Alexander. Al drie dagen denk ik zo’n beetje non stop aan hem. Ik had zoveel dingen anders kunnen doen. Ik had niet zo gretig moeten zijn. Ik had er niet over moeten beginnen. Ik had niet moeten afzeggen. Ik had simpelweg de boel de boel kunnen laten, maar nee… Simpel komt niet in mijn woordenboek voor. Wel koppig, eigenwijs, serieus en mijn persoonlijke “favoriet” nadenken. Niet te verwarren met piekeren overigens. Nadenken, net zolang totdat alles logisch klinkt en alle antwoorden zijn bedacht. Ik had het gewoon aan Alexander kunnen vragen, maar ik moest het perse weer allemaal zelf bedenken. En zodra ik mijn complexe theorie helder heb, presenteer ik het zonder blikken of blozen als de waarheid. In het begin ging Alexander er nog fel tegenin, maar dat heeft hij al gauw opgegeven. In mijn hoofd weet ik al precies waarom hij zegt wat hij zegt en waarom hij doet wat hij doet. Dat ga ik niet eens bij hem verifiëren. Rete irritant van mij. Of zoals Alexander zou zeggen: “Leip wijf.” Ik vrees dat daar een kern van waarheid inzit, want ergens hé. Ergens gaat het niet goed. Dit is namelijk de vijfde keer dat ik ontzettend gezellig aan het daten ben met een jongen. Veel lachen, interessante gesprekken, originele uitstapjes, knuffelen, hand in hand lopen, heerlijk zoenen, plannen maken voor nog veel meer dates, eindeloos appen en dan opeens… BAM! Over. En altijd, echt altijd zeggen de heren precies hetzelfde: “Je bent de aller liefste persoon die ik ken, ik heb het heel fijn met je, maar er mist iets. Dat staat los van jou hoor. Niet aan jezelf gaan twijfelen. Het is een gevoel. Ik mis een gevoel. Een vonkje. Ik ben niet verliefd op je en ik geloof niet dat het nog gaat komen.” Maandenlang, wat zeg ik, soms wel jarenlang ben ik aan het daten geweest met een jongen om alsnog diezelfde kut reden aan te horen. Bij Alexander ging het anders. Na vier dates kon ik er niet meer tegen. Mijn onderbuikgevoel zei: Marjolein, hier gaan we weer… De vijfde date zei ik af. En ook al zei Alexander dat hij mij echt leuk vindt, dat hij mij graag weer wilt zien en dat hij alleen een beetje uit zijn schulp moet kruipen,  ik kapte het keihard af. Want ja die complexe theorie die ik had bedacht, dat was de waarheid. Een dag later probeerde ik er nog op terug te komen. Ik had waarschijnlijk te snel geoordeeld… Nog voordat ik kon zeggen dat het mij spijt, gaf Alexander mijn complexe theorie gelijk. Alles klopte, er was inderdaad geen vonkje al snapte hij daar zelf geen zak van… Als het er nu niet was, dan ging het ook niet meer komen nee. Jammer. Maar wij kunnen wel vrienden blijven… Daar zijn ze weer, de tranen. Ik wil geen vrienden zijn! Ik wil niet dat het over is! Ik wil niet horen dat ik super lief ben! Ik wil niet horen dat er een vonkje mist! Dat hele vonkje kan mij gestolen worden! Vroeg of laat gaat dat toch weg. Jij werd per definitie niet verliefd. Dat zei je zelf! Waarom geef je mijn idiote theorie dan nu gelijk? Ik had zoveel dingen anders kunnen doen… Of de uitkomst anders zou zijn geweest zullen wij nooit weten. Ergens koester ik de hoop dat hij binnenkort voor mijn deur staat. Of mij belt, mailt of een sms’je stuurt. Maar waarom zou hij? Ik was zo hard om hem direct te blokkeren en van Facebook af te gooien. Daar heb ik een handje van en daar ben ik zeker niet trots op. Je kunt het vergelijken met een kind dat zijn of haar frustratie niet in woorden kan uiten. Want wat gebeurd er dan? Ze gaan met deuren smijten. Om heel eerlijk te zijn, ben ik niets meer dan een klein meisje dat verlangt naar oprechte aandacht. Ik ben te vaak voorgelogen en in de maling genomen, waardoor ik nu niet meer weet wat echt is en wat niet. Uit angst om weer hetzelfde mee te maken heb ik er veel te snel een stokje voor gestoken. En dat is een pijnlijke les. Ik zal mijn uiterste best doen om de volgende keer minder gretig over te komen, om minder snel te oordelen en om niet de gedachten van een ander in te vullen. Het spijt mij Alexander dat ik dit niet eerder kon inzien. Het spijt mij oprecht dat het zo is gegaan.

Onbeantwoorde liefde

Zodra Eva wakker wordt opent zij het boek dat op de tafel naast haar bed ligt. Het is een dagboek vol uitspraken, vragen en opdrachten. Vandaag krijgt ze een gevoelige opdracht. Denk aan iemand die in je hart zit. Schrijf hem/haar een brief over wat je voor diegene voelt. Eva denkt direct aan Arthur, sterker nog ze denkt al dagen aan hem. Een brief schrijven zit er niet in. Dat heeft ze al zo vaak gedaan. Ze kreeg nooit het antwoord waar ze zo intens naar verlangde. Uiteindelijk is Arthur zelfs volledig van het toneel verdwenen. Eva denkt terug aan de laatste keer dat ze hem sprak. Ze liep net het bos in toen Arthur haar belde om de situatie haarfijn uit te leggen. Eva had zich simpelweg vergist en alles verkeerd opgevat. “Je weet het weer mooi te vertellen,” Eva probeert zich groot te houden. “Het is nooit mijn bedoeling geweest om je te kwetsen. Ik wilde alleen weten hoe het met je gaat.” Arthur begrijpt oprecht het verdriet van Eva niet. Eva slentert door de vele bladeren die op de grond liggen. In haar hoofd speelt de hele geschiedenis van de twee zich als een film af. “Het klopt niet. Het klopt gewoon niet. Alles dat je zegt staat haaks op wat je doet.” “Ik had het niet moeten doen. Als ik wist dat je er zo over dacht dan had ik het niet gedaan.” “Dat is bullshit. Ik heb altijd gezegd hoe ik erover dacht. Het hoort niet.” “Nee… Sorry.” “Daar koop ik niets voor.” Het is een bekende uitspraak van Eva. Ze hadden dezelfde discussie al tig keer gevoerd. De conclusie was altijd hetzelfde. Arthur ging niet van gedachten veranderen en Eva bleef alleen achter. “Dat weet ik. Het spijt me echt.” Het spijt je helemaal niet, denkt Eva. Arthur ratelt door over hoe alles er vanuit zijn perspectief uitziet. Eva is gestopt met luisteren. Ze is op een bankje gaan liggen en kijkt naar de lucht. “Begrijp je het nu beter?” vraagt Arthur tenslotte. “Ja,” antwoordt Eva droog. Ze heeft geen zin meer in dit gesprek. Wat ze ook zegt, wat ze ook vraagt, Arthur heeft zijn antwoorden klaar. Hij weet zich overal uit te lullen. Eva kan haar oren niet geloven en het vertrouwen is inmiddels ook weg. Voor de zoveelste keer vraagt ze of Arthur haar met rust wil laten. En nu echt. Voorgoed. Zowel bij Arthur als bij Eva rollen de tranen over de wangen. Hoe stellig zij hun mening ook innemen, ze willen beide geen afscheid van elkaar nemen. Uit zelfbescherming plakt Eva er nog een dreigement aan vast. “Ik meen het. Als je nog één keer op wat voor manier dan ook contact zoekt, dan komt de volledige waarheid boven tafel.” De stilte die volgt versterkt haar boodschap. “Meen je dat?” Arthur weet allang hoe laat het is, maar hij wil het gesprek niet beëindigen. “Waag het. Waag het en je zult het weten.” “Als dat is wat je wil…” Dat is helemaal niet wat ik wil! In haar hoofd schreeuwt Eva het uit. Ik heb verdomme geen keus! “Ja, dat wil ik,” zegt Eva kalm in de hoop zelfverzekerd te klinken. “Oké… Dan ga ik maar ophangen.” Arthur wacht op een reactie van Eva, maar zij houdt haar kiezen stevig op elkaar. “Doei,” zegt Arthur schor. Normaliter zou Eva vaarwel zeggen om de situatie te benadrukken. Zinloos, denkt ze, want tot nu toe is het nooit echt vaarwel geweest. In plaats daarvan kijkt ze naar haar telefoon net zo lang totdat Arthur eindelijk de verbinding verbreekt. Eva schudt haar hoofd. Het is nu net zeven maanden later en nog steeds voelt zij verdriet… Ze denkt aan een recente les. Een afwijzing activeert dezelfde hersencellen als die geactiveerd worden bij fysieke pijn. Daardoor doet een afwijzing oprecht pijn. Eva voelt het branden in haar hart en kan de ontdekking alleen maar beamen. Het zal vanzelf wel overgaan, zucht Eva. Tot die tijd blijft de liefde onbeantwoord.

Stresskipje

“Het gaat al stukken beter,” opper ik wanneer ik de vervanger van mijn fysio zie. “Oh ja? Echt waar?” Aan zijn blik te zien, gelooft hij er niets van. “Dat klinkt heel mooi, alleen wil ik het toch echt zelf beoordelen. In de overdracht staat namelijk dat ik je helemaal los moet maken…” “Ja, daar zijn wij nu al een tijdje mee bezig. Al mijn spieren in mijn nek, schouders en rug waren net een blok beton maar dat is niet meer zo. Volgens mij is het nu zo goed als los.” “Nou, ik ben benieuwd. Neem maar even plaats.” Ik trek mijn shirt uit en ga met mijn gezicht naar de grond op de massagetafel liggen. Ik voel dat hij op verschillende plekken drukt, hier en daar zachtjes knijpt en langzaam mijn spieren kneedt. Het heeft meer weg van een ontspanningsmassage dan een bezoek aan de fysio. De dame die mij normaal gesproken behandelt kiest namelijk één spier uit en pakt die vervolgens als een pitbull beet. Soms zet ze zelfs haar tanden (lees: naalden) erin! Absoluut geen pretje, al geloof ik oprecht dat het noodzakelijk is. Zo vast zit het bij mij. Net wanneer ik denk: dit is best fijn, zegt de fysio het tegenovergestelde. “Hier en daar zit er wel beweging in, maar ik kom nog genoeg tegen.” Hij begint steeds harder te drukken en te kneden. “Hoe komt het toch dat je zo vast zit? Ben je zo’n stresskipje van jezelf?” Stresskipje? Hoorde ik dat nou goed? Zijn er serieus mensen die dat woord gebruiken? “Nee! Tenminste, niet bewust.” “Nee? Dit is wel het gebied voor stress. Hoe komt het dan?” “Ik heb geen idee. Langdurig een verkeerde houding misschien?” “Ja, dat kan ook.” Ondertussen voel ik van alles knakken en kraken. “Zit dit op de grens? Of mag het nog wel wat harder?” “Nou, uh, zo is het wel goed,” zeg ik uit angst dat er de volgende dag niets meer van mij over is. “Oké, dan doe ik het zo.” Een half uur lang masseert en babbelt hij er lustig op los. Daarna zit de behandeling er weer op. “Vandaag extra veel water drinken, want anders krijg je hoofdpijn van mij.” “Ja, ja, de afvalstoffen ik weet het. Komt goed! Heel erg bedankt en wellicht tot een volgende keer.” Bij de deur schudden wij elkaar de hand. “Het was mij een waar genoegen,” glimlacht hij. “Pas goed op jezelf, stresskipje!”

Het Monster

Ga alsjeblieft de film ‘A Monster Calls‘ kijken. Het script is ontroerend goed geschreven en de beelden zijn schitterend gemaakt. Het is een krachtige dialoog tussen een jongen en een taxusboom. De jongen acteert op prachtige wijze zijn woede en verdriet, het monster dat diep in hem geworteld zit. De rest van de film is stilte. Bewuste stilte waardoor je zelf gaat nadenken. En dan het einde… Het einde drukt je met de neus op de feiten en leert je wat er echt toe doet.

monster